Sint-Jacobsschelpen

In de Gers, in het zuiden van Frankrijk ontmoette ik een vrouw uit Singapore. Ze was het pad kwijtgeraakt en vroeg of ik Engels sprak. Aan haar rugzak hing een Sint-Jacobsschelp. Ja, ze was op bedevaart naar Santiago de Compostella. Het pad was aangegeven met hier en daar een paaltje waarop de schelp was afgebeeld. In de buurt van Puylebon was het paaltje overwoekerd door lang gras. Daardoor had ze het gemist. Ik kende het pad en liep met haar mee. Verderop was het even uitkijken geblazen: ‘Gardez le chien!’ Het waren er twee en ze waren niet erg aardig. De Singaporese twijfelde even: loop je zomaar met een wildvreemde man mee op zoek naar een stil en afgelegen pad? Ze sloeg een kruis. Nadat ik haar langs de honden had geloodsd wees ik haar op de kerktoren van het dorpje. Daar zou ze weer een paaltje vinden. Ze groette me op Aziatische wijze. Ik keerde om: Chiens, gardez l’homme!

Heerlijk vind ik ze, Sint-Jacobsschelpen. Ze verdienen het met veel zorg te worden bereid, want je kan ze verprutsen. Ik gebruik ze in een paella, samen met bacon. Benieuwd? Het gaat als volgt.

Wat heb je nodig? (Voor twee personen met trek)

200 gram Sint-Jacobsschelpen (zonder schelp)

60 gram bacon, plakjes

200 gram fijne risottorijst

een pot visfond (400 ml) Eigengemaakte bouillon mag natuurlijk ook

een ui, gesnipperd

3 tenen knoflook, gesnipperd

verse groene peper, ontdaan van zaad, in fijne reepjes

twee vleestomaten, ontdaan van vocht en zaad, in halve plakken

saffraan, poeder of een plukje draadjes

platte peterselie, half bosje, grof gehakt

olijfolie

zeezout

zwarte peper

Bereiden:

Doe een drupje olie in de pan en bak de bacon knapperig. Haal ze er uit en zet apart. Snijdt de Sint-Jacobschelpen een maal door, dwars op richting van de spier. Haal overtollig vet uit de pan en bak de schelpen op hoog vuur. Let goed op, ze moeten net aan gaar zijn, maar wel zacht blijven, terwijl de buitenkant kleurt. Neem ze uit de pan en houd apart. Bak nu (in wat olie) de ui, knoflook, groene peper en saffraan. Saffraan wint aan aroma door de hitte. Voeg na vijf minuten de risotto toe en bak onder voortdurend omscheppen nog even door. Voeg nu de visfond toe en de tomaat en laat een kleine twintig minuten op laag vuur garen, af en toe roeren en zo nodig vocht toevoegen. Proef de rijst, deze moet een stevige bite hebben, maar wel gaar zijn. Peper en zout naar smaak. Voeg op het eind de bacon, de schelpen en de platte peterselie toe. Er bij een gemengde sla en een droge witte wijn.


About this entry