Angst om afgewezen te worden

Mijn lief en ik drinken in Utrecht -ze wil nog wat kleding voor dat ze met haar moeder en zussen op reis gaat- een werkelijk goede cappuccino. Je weet, een stevige espresso met lobbig opgeschuimde melk, vooral niet te stijf, en dan met zorg op (niet in) de espresso gegoten door de barrista. Een goede cappuccino is toch nog redelijk zeldzaam, maar deze is goed en gloeiend heet. Dan staat er midden in het café een jonge man op en vraagt om onze aandacht. Eerst dacht ik dat hij van de bediening was, maar nee. Hij vraagt om onze aandacht, wil graag wat zeggen en wil na afloop onze reactie. Hij doet een soort ‘try before you die’. Het wordt een persoonlijk verhaal. Uit angst om afgewezen te worden stelt hij zijn studieopdrachte steeds uit, heeft hij nog steeds geen relatie en schiet het leven maar niet op. Alles wat in de richting van een beoordeling (en dus mogelijke afwijzing) gaat vermijdt hij. En nu, nu moet daar maar eens een eind aan komen. Sommigen kijken geamuseerd, anderen wat misprijzend. ‘Laat hem een goede therapeut zoeken’. Mijn lief en ik willen wel meedoen. Hij komt langs met papier en pen. Of we willen opschrijven wat we van zijn praatje en voornemen vinden. Hij wil zijn droom nu toch gaan waarmaken. We mogen ook opschrijven wat we zelf willen bijdragen aan de wereld. Ik vraag hem welke studie hij doet. ‘SPH’. Ik begin te schrijven. ‘Dapper van je om en publique te vertellen wat je diepste angst is en dat je er mee af wilt rekenen. Als je dit durft, dan durf je toch ook je studie wel af te maken. Als het je lukt om je studie af te ronden, kan je anderen laten zien wat het is om je angst tegemoet te treden en te overwinnen.’ Ik noteerde mijn emailadres, voor het geval hij, bij een eventuele dip, nog behoefte zou hebben aan een gesprek. Mijn lief schreef hem ook een briefje. Ze haalde een advies van mijn moeder aan, die het weer had van haar moeder. “Als je erg tegen iemand opkijkt moet je je hem of haar maar voorstellen in pyama, met het kunstgebit uit, in een glas water op het nachtkastje. Dat helpt.’ Hij heeft heel wat briefjes opgehaald. Ik hoop dat hij zijn moed kan vasthouden en kan doorzetten. Angsten zijn taai en gewiekst, ze laten zich niet gemakkelijk verdrijven. De jongeman bracht me wel op een idee. Wellicht kan ik mijn kandidaten wel eens opzadelen met zo’n opdracht. ‘Ga een café binnen, vraag om aandacht en gooi je verhaal er uit. Vraag om reacties van de aanwezigen en ga daar mee aan de slag.’

Rabbijnse lessen

Tamara Benima, indertijd eindredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, was enige tijd leerling van een rabbijn. Deze rabbijn gaf haar op Joodse wijze les: praktisch, leren door ondervinden. Een van de opdrachten was dat ze een man moest vinden. Haar restte niets anders dan op de een of andere manier een geschikte man te zoeken en aan te spreken. Op een gegeven moment heeft ze dat ook gewoon gedaan. Ze reisde regelmatig per trein en kwam onderweg regelmatig een aantrekkelijke man tegen. Op een gegeven moment sprak ze hem aan en dronken ze samen een kop koffie. Het werd geen relatie, maar ze leerde wel heel veel van deze opdracht. De man die ze had aangesproken vond het wel leuk. De rabbijn was tevreden: Tamara had iets in zichzelf overwonnen.

Wijs of goochem?

Die Joodse wijze van onderwijzen staat me wel aan. Ik word soms kriegel van de Griekse wijze van onderwijs: je wordt uit je omgeving gehaald, je krijgt nieuwe inzichten, maar het nieuwe gedrag erbij, dat leer je niet. Dat leer je wel op de Joodse wijze: nieuw gedrag levert nieuw inzicht op. Goochem komt van chochma, wijsheid, praktische levenswijsheid.


About this entry