Tahrir

“Democratie!”, zeiden we, want dat is een Westers exportartikel.

“Democracy!”, zei George W. Bush, na enig oefenen, want hij is de snuggerste niet.

En het Palestijnse volk koos, democratisch, voor Hamas.

We schrokken ons een hoedje en zeiden van hela, hola! en Bush viel stil.

Democratie is wel mooi, maar het mag ons niet in de problemen brengen.

Verrast werden we, toen het Tunesische volk opstond en de schurk Ben Ali verdreef.

Schattig vonden we het, zo’n volk in opstand, en moedig ook.

In Egypte werd het volk ook enthousiast: het Tahrirplein stroomde vol.

En wij fronsten onze wenkbrauwen. Tunesië is tot daaraan toe. Het kost ons (tijdelijk) wat vakantieland en golfresorts. Maar Egypte, da’s andere koek: het Suezkanaal, toerisme.

En we zeiden: “Vooruit dan maar, maar het moet wel netjes gebeuren en we willen er zo min mogelijk last van hebben.”

Want de Arabische wereld werd nerveus. In Jemen ging met de straat op, In Jordanië roerde zich het volk en in Iran hield men zijn hart vast. Ook Algerije sloot zich bij de onrust aan.

En wij maakten ons zorgen want het was niet leuk meer. Wij willen onze olie, onze goedkope vakanties.

En Berlusconi (zelf dictator) prees Moebarak en de andere Europese regeringsleiders monkelden wat.

En wij, het volk, vinden wat in de Arabische wereld gebeurt wel leuk en avontuurlijk.

En onze ministers en regeerders vinden het minder, want zij zien het lijk al drijven.

Rosental, wat stuntelig, riskeert economische schade door zijn ruzie met Iran. We importeren voor 1,1 miljard aan olie en voeren voor een half miljard uit aan kuikens en gedoe.

Moraal van het verhaal: We geven niet echt om het Arabische volk, we zijn slechts geïnteresseerd in wat ze ons kunnen verkopen…

Advertisements

About this entry