Fietskar

“Meneer, heeft uw vrouw u gedwongen om zo’n kar te nemen?” Ik glimlach. Die vraag is me nog nooit gesteld. “We vroegen ons dat af, namelijk.” “Nee, meneer, hij vroeg zich dat af, ik niet hoor!” “Misschien heeft ie geen vrouw!” Ik vind dit wel leuk. “Jawel, ik heb wel een vrouw. En nee, ze heeft me niet gedwongen, ik wil het zelf. Ik doe het voor het milieu.” Ze kijken elkaar aan. “Hij gebruikt de auto niet”, zegt ze. Blijkbaar zijn hun vragen beantwoord want ze stappen op en fietsen weg. Waar hadden ze het over met elkaar? Ik denk dat zij tegen hem zei dat je best op de fiets boodschappen kan doen. En dat hij gezegd heeft ‘Met zo’n gekke fietskar zeker. Denk je nou echt dat die vent daar vrijwillig mee fietst? Dat moet ie van z’n vrouw, wedden?’

Elke zaterdag klim ik op mijn fiets met de kar erachter, breng glas en plastic weg, doe boodschappen in de supermarkt, bij het Broodlokaal, bij de kaaswinkel, de Groene Winkel en op de markt en waar ik nog meer moet zijn en keer bepakt en beladen terug. Alles voor het milieu. Ik moet er trouwens niet aan denken om op zaterdag met de auto het dorp in te moeten. Je kunt je auto bijna nergens kwijt, je betaalt je scheel en rijdt stapvoets door de straatjes. Nee, geef mij m’n fietskar maar!

Advertenties

About this entry