Vervreemding

Ik beoefen de kunst van vervreemding heel bewust. Het is een kwestie van training, van discipline en van het opbouwen van routine. Het voordeel is: het kan bijna altijd en overal. Vervreemden is voor mij: me bewust zijn van wat ik doe en wat of wie ik waarneem met welk zintuig dan ook. Ik zal een voorbeeld geven. Als ik kook verzamel ik vooraf zoveel mogelijk alle ingrediënten en leg ze klaar, samen met alles wat ik nodig heb om te bereiden. Als ik dan een ui snij, een aardappel schil, een prei in ringen snij of een aubergine in plakken, dan zie ik die groente of die vrucht voor het eerst. ‘Vreemd eigenlijk, om een stengelknol te schillen en te koken om op te eten’. of: ‘Wat een bijzonder mooie plant is dat, met die parallelle nerven, en wat een mooi aroma, rauw wat scherp, maar gekookt of gesmoord mooi zacht’. Ik doe het in de winkel, bij de kapper of als ik wat drink met mijn lief. Alles en iedereen is te ‘vervreemden’.

Wat is daar het praktisch nut van?

Het helpt mij om een open blik te creëren. Door telkens weer iets voor de eerste keer waar te nemen of te doen kan ik veel eerder denken of het ook anders kan. De geldigheid van de zin ‘we hebben het altijd zo gedaan’ wordt er een stuk minder van. Het gaat me het beste af als ik me kan focussen. Dus en passant oefen ik me in focussen om beter en vaker te kunnen vervreemden. Ik merk dat het op steeds meer terreinen vruchten begint af te werpen. Ik coach anders, ik fotografeer anders en ik schrijf anders. Het ontwikkelen van nieuwe werkvormen, oefeningen en opdrachten gaat me gemakkelijker af. Ik zie ook eerder een toepassing van een foto, een schilderij, een voorwerp, een muziekstuk, een film, een landschap of een wandeldoel.

Zijn er ook nadelen?

Ja. Mijn lief kijkt me soms wat vreemd aan. Ze kan me even niet volgen of vindt me tamelijk vermoeiend. En van sommige dingen of personen wil ik me ook liever niet vervreemden. Maar soms gaat het ongewild en onbewust. En dan is het oppassen geblazen. Om al te veel vervreemding te voorkomen helpt het me om op zoek te gaan naar onvermoede verbanden. En naarmate ik ouder wordt gaat me dat beter af. Ik ontwikkel toch een soort ervaring waardoor ik verbanden sneller leg.

Peregrinatio

Vreemdelingschap. Uiteindelijk ben ik een vreemdeling -en ben ik niet de enige-. Het volgende ogenblijk is mij vreemd en ook het afgelopen moment heb ik al weer verlaten. Later en vroeger zijn landschappen waar ik nog niet of niet meer ben. Ik ben slechts thuis in het nu. Ik voel steeds minder behoefte om in het verleden te leven. Ik leer omgaan met een toekomst gericht leven. Voor mijn leven als ondernemer is dat lastig: door te anticiperen op wat zich voordoet kan ik kansen creëren om geld te verdienen. Dus zo nu en dan moet ik heel toekomst gericht leven en net doen of de toekomst nu is. Maar leven in het nu, al is het pittig om vast te houden, is toch verreweg het best. Ik zal niet beweren dat ik me thuis voel in het nu -daarvoor duurt het nu vaak te kort-, maar ik probeer het wel te aanvaarden. Niet door te denken dat het snel weer voorbij zal zijn, maar wel door het te relativeren. Als ik waarneem, aandachtig waarneem, ben ik in het nu.

Kunst

Kunst helpt me mijn zintuigen te scherpen. Ik zie kunst als de weergave van de waarneming van een ander -al dan niet bewerkt, al dan niet innerlijk- wat ik op mijn beurt weer waarneem. De volgende stap is reflectie. Als ik een goede balans vind tussen waarneming en reflectie word ik wijzer. En dat bevalt me wel.

Advertenties

About this entry