Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain – Raymond Dufayel

Al eerder schreef ik over de film Amélie (Le fabuleux destin d’Amélie Poulain). Ik wil wat nader ingaan op het personage van de schilder en zijn rol. De schilder Raymond Dufayel, de man van glas, waarvan de botten zo breekbaar zijn dat hij alles in huis heeft gecapitonneerd, fungeert in de film als een deus ex machina. Hoe weet hij bijvoorbeeld dat Amélie op zoek is naar Dominique Bretodeau, maar aanvankelijk op het verkeerde been is gezet door de ouders van kruidenier Colignon: ze noemen de naam Bredoteau. Amélie wordt door Raymond uitgenodigd een glas warme wijn met kaneel te komen drinken. Rond het schilderij dat Raymond jaar op jaar kopieert -Le dejeuner des Canotiers van Renoir- ontspint zich een bijna psychotherapeutisch gesprek. Het meisje dat zich te midden van het gezelschap bevindt maar met niemand ogenschijnlijk contact heeft is het beeld van Amélie zelf. Met een griezelig vermogen van inzicht legt Raymond de vinger op de zere plek. Hij is daarbij heel confronterend. Als het al lang niet meer over het meisje op het schilderij gaat, maar over Amélie zelf, noemt hij haar angst om met anderen in contact te treden lafheid. In dit schilderij is het één personage waarmee Amélie zich verbindt. De andere personages worden niet benoemd.

Isabelle Vanderschelden, senior lecturer in French aan de Manchester Metropolitan University, heeft over de film geschreven en aandacht geschonken aan de impressionistische elementen in de film. Het schilderij ‘Le dejeuner des Canotiers’ is daar natuurlijk een duidelijk voorbeeld van. De Impressionisten waren nieuwsgierig naar de emoties van de personages die zij schilderden en probeerden die ook uit te drukken. Dat maakt schilderijen uit deze school ook zo geschikt voor het gesprek: je kunt het met elkaar hebben over wat je ervaart aan emoties in de personages.

Natuurlijk zijn alle scènes en gesprekken geregisseerd. Toch vind ik het gegeven om met elkaar in gesprek te gaan naar aanleiding van een schilderij intrigerend genoeg. In mijn werk als coach ga ik in gesprek met mijn kandidaten naar aanleiding van een film die ik hen aanraad om te bekijken. Ook gebruik ik foto’s. Ik ga daar nu schilderijen aan toevoegen. Deze zomer gebruik ik om een keuze te maken en de kijkopdrachten te formuleren. Ik heb ook overwogen om het met verhalen of romans te doen, maar ik merk dat ik er onvoldoende distantie van kan ontwikkelen, met andere woorden: mijn interpretatie van het verhaal is te veel aanwezig. En muziek, ja muziek…

Vanderschelden, Isabelle. Amélie: le fabuleux destin d’Amélie Poulain. Londen: I.B. Tauris, 2007.



About this entry