Lavendel, abrikozen en anijs

Het was in de Drôme Provencale, in Nyons. Er is daar een kleine lavendeloliefabriek. Nu vind ik lavendel heerlijk ruiken, maar in en om die fabriek kan je tegen de geur leunen. Het is zo bedwelmend dat het niet prettig meer is, het beneemt je de adem. Ik zag trouwens dat er meer dan alleen bloemen in de ketels gaan…

We kampeerden in Saint Férreol-Trente-Pas, een gehucht van niks. Aan de camping grensde een verwaarloosde abrikozengaard. Overrijpe abrikozen vielen op de grond. Je moest daar voorzichtig lopen want de grote hoornaarwesp is dol op rottende abrikozen. Als er een verschrikt opvloog leek het wel een helikoptertje. Bloedstollende verhalen doen de ronde over het insect: met drie steken kan je beter een begrafenisondernemer dan een dokter bellen… ( Hoornaar) Het weerhield me er niet van om gave abrikozen te rapen. Met schil en al en een paar gekraakte pitten zette ik ze met weinig water op een laag vuurtje. Achter de tent groeide wilde anijs. Daar deed ik er een bosje van bij. Na een uurtje had ik een geurige abrikozenmoes. Door de anijs was het prettig fris, door de gekraakte pitten zat er een aangenaam bittertje in. Ik koelde de pan in de beek en later op de avond, na de grootste hitte, gebruikten we het als dessert. Zoiets koop je echt nergens…

Advertenties

About this entry