Jezus

In het jaar 33 van onze jaartelling wordt buiten de muren van Jeruzalem een drietal mannen op een afschuwelijke wijze geëxecuteerd. Ze vinden een langzame en gruwelijke dood aan een kruis. Naast twee moordenaars, waarschijnlijk sicariërs (messentrekkers) die streden voor de bevrijding van Palestina, wordt een rabbi uit Nazareth  terechtgesteld. Hij is het slachtoffer van een gerechtelijke dwaling. De toenmalige Romeinse gouverneur heeft tot het vonnis besloten onder druk van de priesters en andere geestelijke leiders van het Joodse volk. Om hen te treiteren heeft hij de aanklacht boven het hoofd van de rabbi laten spijkeren: Jezus van Nazareth, koning van de Joden.

Wij zouden niets van deze kruisiging gehoord hebben als deze rabbi na zijn dood begraven en vergeten zou zijn. Hij was niet de eerste en de enige die zijn volk wilde ‘redden’. Wellicht zouden zijn volgelingen nog een korte tijd bij elkaar gekomen zijn om in zijn geest te handelen, maar vroeg of laat zou de beweging uiteengevallen zijn en ophouden te bestaan.

Vandaag de dag zijn er meer dan twee miljard mensen die volgeling zijn van deze Jezus. Het is de grootste religie ter wereld. Hoe is dat mogelijk? Wie is die man?

Om er achter te komen gaan we te rade bij twee van zijn eerste volgelingen.

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, de enige Zoon, die zelf God is die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.” Het zijn de woorden van Johannes, een van de volgelingen van het eerste uur, die opschreef wat hij meemaakte. Hij heeft in Jezus God zelf herkend.

Een andere volgeling van het eerste uur, Petrus, noemt hem op Jezus’ vraag de ‘messias’. Daarmee bedoelt hij de gezalfde die door de profeten beloofd was, de stichter van het messiaanse rijk. Elk van de vier biografen van Jezus heeft weer een andere kijk op hem.

Er gebeurt iets opmerkelijks nadat Jezus gestorven is. Hij verrijst uit de dood –veel van zijn volgelingen ontmoeten hem- en hij keert terug naar de hemel, waar hij vandaan kwam. Zijn volgelingen erkennen dat in hem God zelf naar deze aarde kwam. Jezus leerde de mensen het Koninkrijk –dat wil zeggen dat God het in hun leven voor het zeggen heeft- en gaf de mensheid de hoogste ethische standaard ooit geformuleerd: de rede op de berg en de zaligsprekingen. Mattheüs heeft ze opgeschreven in zijn biografie van Jezus. Maar na zijn terugkeer naar de hemel verandert hijzelf in de boodschap. Hij leerde niet alleen het Koninkrijk van God, hij leefde het. En de eeuwen door hebben zijn volgelingen geprobeerd tot uiting te brengen wat en wie ze in hem zagen.

In de eerste eeuw van onze jaartelling verandert hij van Jezus van Nazareth in de Christus (in het Grieks christos, van chrio, zalven), de gezalfde, degene die beloofd was om te komen en Gods wil te doen. En als gelovigen zoeken naar beelden om hem af te schilderen zien we die verandering ook. De gelovigen spelen leentjebuur bij andersgelovigen. Zoals de keizers werden afgebeeld, het hoofd omkranst, de vingers in een V-teken geheven, een verheven blik (de keizers waren goddelijk), zo wordt Jezus afgebeeld. De wereld aan zijn voeten, hij tronend als majesteit. Een schitterend voorbeeld vind je in het baptisterium in Florence. Hoewel gemaakt in de Renaissance toch een voorbeeld van Byzantijnse mozaïekkunst.

Het hoeft ons niet te verbazen dat de eerste Romeinse christenen Jezus liever niet afbeeldden aan het kruis. Het stond bekend als wrede strafmaatregel tegen opstandige slaven. Veel dierbaarder was de afbeelding waar een herder een schaap op zijn schouders draagt. Deze van oorsprong heidense afbeelding werd ‘gekerstend’. Ook Jezus als kind met toverstokje was populair: hij had immers talloze wonderen verricht? Pas veel later durfden christenen openlijk uit te komen voor het feit dat hun verlosser een smadelijke dood aan een kruis stierf. De eerste afbeeldingen van Jezus aan een kruis laten een triomferende man zien, fier rechtop, met stralenkrans, een overwinnaar, ondanks dat kruis. Maar verderop in de geschiedenis wordt de kruiseling steeds meer een lijdende man, die ten onder gaat: het hoofd gebogen, de ogen gesloten, bloedend uit tal van wonden. Hoe is zo’n verandering te verklaren? Verandert de boodschap? Zetten de mensen het naar hun hand?

De bijbel, de belangrijkste bron als het over Jezus gaat, spreekt op zoveel verschillende manieren over de beloofde, het hele Oude Testament door, en ook in het Nieuwe Testament klinken zoveel stemmen die uitleggen hoe het nu zit en gegaan is, dat iedere gelovige in zijn tijd een accent kan leggen. Dat verklaart aan de ene kant de enorme rijkdom aan beelden. Het laat ook zien dat deze gebeurtenis in de geschiedenis –de komst van een mens die God zelf was- eigenlijk door niemand te bevatten is. We stotteren en stamelen als we onder woorden proberen te brengen wat er gebeurd is. Want dat er wat gebeurd is valt niet te ontkennen.

Elk jaar vullen kerken zich, met Kerst en voor Pasen. Met Kerst komen we kraamschudden: het romantische feest met een klein kind dat onder erbarmelijke omstandigheden wordt geboren roept ons medelijden op. Tegelijk voelen we ons minder alleen. God komt naar ons toe in een donkere wereld. Daar putten we troost uit. Daarna vergeten we het kind en wordt onze belangstelling opnieuw gewekt als oratoriumverenigingen, koren en solisten zich opmaken om de Passionen te gaan uitvoeren. Verreweg de bekendste is de Mattheüs van Johann Sebastian Bach. Zijn muziek ontroert tallozen, of ze nu geloven of niet. Maar de gezongen tekst, zegt iemand die wat? Ik vrees van niet. Het afschuwelijke verhaal gaat schuil achter de schoonheid van de Barokmuziek.

In de vorige eeuw is Jezus geportretteerd als hippie, als guerrillastrijder, als partijganger van de armen, als kunstenaar, als verschoppeling. Maar ook als (blanke) jongeman met een smetteloos uiterlijk en onkreukbaar gedrag. En zo schiep ieder zijn eigen Jezus. U voelt wel aan: dat gaat zo niet. Maar hoe moet het dan wel? Moeten we alle lagen afpellen om bij de historische Jezus terecht te komen? Is dat haalbaar?

Hoe verschillend we ook door de eeuwen heen tegen Jezus hebben aangekeken, welke rol we hem ook hebben toebedeeld en voor welk karretje we hem ook hebben gespannen, telkens weer heeft hij zich ontdaan van de karikaturen die we van hem maakten. Jezus is ook vandaag niet iemand die je vrijblijvend ontmoet. Wie ook maar met hem in aanraking is gekomen heeft ervaren dat hij je voor de keus stelt. Hij vraagt op de een of andere manier hoe je tegenover het Koninkrijk staat. Hij wekt het verlangen naar zijn messiaanse rijk. Sommigen stoppen de oren dicht en keren zich daar van af. Anderen gaan daadwerkelijk op zoek en trachten het met duvel en geweld te realiseren. Weer anderen laten zich door hem inspireren en trachten zijn voorbeeld te volgen, met vallen en opstaan. En nemen het voor lief als hij hun tekort genadig aanvult.

Mijn vraag aan u: wilt u eens nader kennismaken? Lees bijvoorbeeld zijn korte biografie door Marcus.

Het zal mij niet verbazen als u daarna nog wat vragen hebt…

Advertenties

About this entry