De Daslook bloeit!

En de grootbloemige muur. Salomonszegel bijna, terwijl de adderwortel opschiet. De bostulpen zijn net uitgebloeid, net als de maartse viooltjes, en van de voorjaarshelmbloem en het speenkruid kan ik alleen nog vergeeld blad vinden. De gewone en de gevlekte aronskelk staan er fier bij en ik zie al knoppen in de voorjaarszonnebloem (Doronicum pardalianches). Mansoor delft het onderspit, het wordt overwoekerd door onder andere de donkere ooievaarsbek en de zachte. Bosanemonen heb ik dit jaar wel gezien, maar ze lijken zich niet te vermeerderen. Er zijn dit jaar bijna geen vergeetmijnieten, wel weer heel veel ereprijs. De tongvaren moet ik maar eens scheuren, hij is kolossaal! Ik zag trouwens ergens een zaailing…

Ik ben wel in mijn schik met de vitale populatie daslook. Het zaait uit en de planten worden steeds forser. De meeste planten heb ik verzameld tijdens mijn afstudeeronderzoek dat ik verrichtte in opdracht voor het Rijksinstituut voor Natuurbeheer. Niet eerder was er een omvangrijk onderzoek gedaan naar stinzenplanten in het Zuidoosten van Utrecht. De reden was dat de meeste particuliere domeinen nooit in kaart waren gebracht. De eigenaren waren terughoudend met het verlenen van toestemming voor onderzoek. Begrijpelijk: er zal maar een zeldzaam plantje op je landgoed gevonden worden! Dan moeten allerlei economisch belangen wijken. Ik heb zowaar nog een paar ontdekkingen gedaan. Bij slot Heemstede bij Houten ontdekte ik een vitale populatie gele bosanemoon. Die was nooit aangetroffen in dat uurhok. Alleen in Zuid-Limburg en op een paar plaatsen in de duinen waren ze in Nederland bekend. Heemstede werd indertijd ook wel Klein Versailles genoemd. Het bezat een fraaie Franse tuin in formele stijl. Achter het kasteel staan (of stonden) zeer fraaie exemplaren van zeldzame bomen. Ik herinner me een enorme tulpenboom. Maar goed, het onderzoek heeft me tal van planten opgeleverd. De tuinlieden en eigenaren gaven me graag wat exemplaren van hun domeinen mee. En daardoor komen er in mijn tuin heel wat stinzenplanten voor. Geloof me, de bodem in Zeist is totaal ongeschikt voor die planten. Ik heb zes kubieke meter rivierklei opgebracht en die grof gemengd met de zanderige grond. Ook een aantal aanhangwagens oude paardenmest kwam van pas. Verder schelpen en fijn geklopte mergel. Door jaar op jaar het tuinafval te composteren en op te brengen durf ik nu wel te stellen dat de grond geschikt is voor stinzenflora. En het resultaat is er naar: ze voelen zich er thuis.


Advertisements

About this entry