Etty van der Graaf heeft een zesde zintuig

Toch wat nieuwsgierig geworden na het lezen van het artikel in Trouw (22-4-2010) heb ik geprobeerd te achterhalen wie Etty is. Ik weet natuurlijk niet wie ze is, ik heb haar nooit ontmoet, maar ik vermoed wie haar ouders zijn. Als het klopt ken ik ook een van haar zussen. Met veel interesse heb ik de commentaren op het artikel in Trouw gelezen. Veel christenen schieten in een soort kramp en gaan preken. Ze richten zich voornamelijk tot Etty. Ik vermoed dat ze al die argumenten en redeneringen wel kent. Ook de reacties van de ontkenners zijn herkenbaar en voorspelbaar: flessentrekkerij. Tja, van een constructieve discussie komt niet veel terecht op die manier. In hetzelfde verband stond er in Trouw een artikel over een serie Het Zesde zintuig voor kinderen (24-4-12010). Daarin wordt Herman de Regt, hoofddocent aan de universiteit van Tilburg en co-auteur van het boek ’Wat een onzin! Wetenschap en het Paranormale’ aangehaald. Zoals de titel van zijn boek al doet vermoeden staat hij uiterst kritisch tegenover de serie en het paranormale. Hij verklaart het paranormale vanuit het magisch of teleologisch denken, waarbij toeval wordt ontkend. Ik juich het toe als hij zich kritisch uitlaat over het paranormale. Het helpt om een grondige discussie te houden. Daarin past zijn ferme standpunt. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er enige vooringenomenheid bij wetenschappers bestaat over het paranormale. Het is bijna met het wetenschappelijk concept gegeven. Ik heb te weinig van De Regt gelezen en wil hem geen onrecht doen, dus die opmerking kan ik niet op hem laten slaan.

Herinneringen

De materie brengt wel herinneringen in mij boven. Ik stam uit een christelijk geslacht, vermoedelijk uit dezelfde traditie als Etty. In het gezin waar mijn vader uit komt -mijn grootvader was predikant- kwamen paranormale gaven voor. Volgens De Regt hebben deze mensen zich maar wat verbeeld. Dat kan, maar het is opmerkelijk dat in die kringen en zeker ook in dat gezin het paranormale bepaald niet werd aangemoedigd. Waarom zou je het je dan inbeelden? Alle kinderen uit dat gezin zijn grootgebracht en voortgegaan in de traditie, dus het maakte ook geen deel uit van een koersverandering zoals ik die bij Etty bespeur. In het gezin van mijn vader heerste een wat ambivalente houding ten opzichte van paranormale gaven. Ze woonden op de Veluwe en kenden in hun omgeving verschillende mensen die zo’n gave bezaten en ook praktiseerden. Op een gegeven moment wilde mijn grootvader in de pastorietuin een pomp laten slaan om de omvangrijke moestuin te kunnen bevloeien. Daartoe werd een lid uit de geloofsgemeenschap gevraagd om met zijn wichelroede een waterader op te sporen. Mijn tante, een meisje toen, speelde op een onbewaakt ogenblik met de wichelroede en bleek in staat om water op te sporen. Ze heeft de gave niet ontwikkeld. Het bestaan ervan werd niet ontkend, er werd niet krampachtig mee omgegaan. Haar op een na oudste broer bezocht een paranormaal genezer. Mij is niet bekend om welke reden. De genezer stelde vast dat mijn oom ook over de gave van genezing beschikte. Hij raadde hem af deze te activeren of te ontwikkelen om dat de kans bestond dat mijn oom dan helderziend zou worden. Wat mij verbaast is dat mijn oom een paranormaal genezer bezocht. Mijn vader deed dat ook wel. Gezien zijn levensovertuiging en de daarbij behorende beoordeling van deze gaven tamelijk naïef. Een andere broer van mijn vader bezocht ook een paranormaal genezer,-“een Veluws boertje”- vanwege een niet genezende wond op zijn hand. Na enkele sessies heelde de wond. Later bleek mijn oom diabetes te hebben, wat het moeilijke genezingsproces verklaren kon. Het is in de kringen rond mijn ouders nooit een issue geweest. Wel merk ik dat ‘bevindelijke’ christenen meer openstaan voor het paranormale dan anderen en opnieuw verbaas ik me over een zekere naïviteit. Mystici hebben ‘weet’ van een wereld naast de waarneembare. Het komt hen dus niet vreemd voor dat er zich meer afspeelt tussen hemel en aarde dan dat wat objectief waarneembaar en meetbaar is. Meestal interesseert het hen niet of en hoe de wetenschap zich er over uitspreekt. Het is niet voor niets een mysterie. We kunnen er mee leven. (Inderdaad, ik reken me ook tot deze mystici). Ik heb niet de indruk dat paranormale gaven overerfbaar zijn. Ik verneem van neven of nichten althans geen signalen dat zij er mee ‘behept’ zijn. Zelf ken ik maar een moment waarop ik even twijfelde. Rond het moment van de verdwijning van Gerrit-Jan Heijn (1987) droomde ik over de bossen rond Doorwerth, nog voor dat ook maar bekend was waar Gerrit-Jan Heijn zich bevond en of hij nog wel in leven was. Ik heb rond die tijd wel veel politie actief gezien in en rond de bossen bij Maarn. Ik heb nooit iets gedaan met de beelden die bij me binnenkwamen, maar vond het wel opmerkelijk dat zijn lichaam in de bossen van Doorwerth werd gevonden. Bij mij bestaat niet de geringste behoefte om uit te zoeken of er sprake is van enige paranormale begaafdheid.

Begaafdheid

Opmerkelijk is wel dat we spreken over begaafdheid en een gave. De meeste mensen zullen dit onbewust zo doen, maar het volgt uit het denkbeeld dat het iets is dat je ontvangt. Je kunt er zelf vrij weinig aan bijdragen, behalve er al of niet voor openstaan. Uit het feit dat het ontvangen wordt valt af te leiden dat iets of iemand het geeft. Dat hoeft geen logisch of oorzakelijk verband te zijn: we kunnen het als zodanig ervaren, terwijl het in werkelijkheid niet zo is. Maar als het zo is, dan ben ik wel benieuwd naar de gever, de bron. Etty spreekt zich daar heel beslist over uit, zij heeft de gave ontvangen van God, dezelfde God als die van haar ouders. Haar ouders trekken dat in twijfel of sterker nog, als ik de krant moet geloven, geloven dat het ‘des duivels’ is. Zij maken daarbij onderscheid tussen Etty en haar gaven. Mij interesseert het bijzonder of dat vol te houden is. Etty lijkt me iemand die sterk gekarakteriseerd wordt door haar gave. Ik denk wel dat het voor hen mogelijk is en ik hoop van harte dat Etty dat ook zal kunnen (blijven) ervaren. Naar mijn idee heeft het te maken met de wijze waarop mensen naar hun eigen leven en dat van anderen kijken. We staan allemaal aan duizend-en-een invloeden bloot, de een sterker dan de ander. Aan sommige bied je weerstand, aan andere nauwelijks. Je helpt elkaar niet verder als je elkaar de maat neemt. Jezus heeft duidelijk gemaakt dat je niet moet gaan meieren over een splinter in het oog van een ander als je zelf met een ‘balk’ in je eigen oog rondloopt. Waarmee hij niet wilde zeggen dat we ons niet om elkaar moeten bekommeren. Hij was het voorbeeld bij uitstek van iemand die zich om anderen bekommerde. Ik wens Etty en haar ouders alle Goeds toe.

Etty van der Graaf – 2


About this entry