Maarten van Roozendaal in 2006

Oudje: 9 oktober 2006!

Afgelopen donderdag namen vrienden ons mee naar de voorstelling BARMHART van Maarten van Roozendaal (zang, piano), Egon Kracht (contrabas, backing vocals) en Marcel de Groot (diverse gitaren, backing vocals). Opmerkelijk waren de vertederende liedjes, van een mildheid die je niet verwacht bij Van Roozendaal. In red mij niet gaat hij ouderwets te keer:
“Red mij niet”

Leg een steen onder je kussen
Brand voor mijn part een kaars
Slacht een lam
Maar red mij niet

Zet een rare muts op
Duw briefjes in een muur
Voorspel de toekomst
Maar red mij niet

Laat je baard staan
Ach man, laat je baard staan
Red mij niet

Trek een jurk aan
Ach man, trek een mooie lange jurk aan
Maar red mij niet

Restaureer je kerk
Stuur je kinderen ten oorlog
Lees handen tot je blind bent
Maar red mij niet

Slik vitamienen tegen kanker
Was je handen in vuur
Versier je voorhoofd met een stip
Maar red mij niet

Jouw hemel
is voor mij de hel
Een hemel met jou
Is de hel voor mij

Richt je billen naar het westen
Zeg dagenlang hetzelfde woord
Laat je bevrijden door een UFO
Maar red mij niet

Loop met fakkels door de straten
Zeg dat het lukt als je maar wil
Ga op je knieën tot ze blauw zien
Maar red mij niet

Laat mij in mijn zeven sloten
Laat mij de draad volslagen kwijt
Aan gezelligheid ten onder
Richting eindeloze tijd

Uit volle borst op weg naar nergens
Zonder reden zonder doel
Met m’n zeden en m’n zonden
En mijn angstig voorgevoel
Laat mij mijn kont tegen de krib
Laat mij dit goddeloze lied
Hef jij je handen maar ten hemel
Maar red mij niet

De voorstelling Barmhart is opgebouwd rondom de zeven werken van Barmhartigheid, zoals die in de bijbel beschreven staan. “Laaf de dorstigen, spijs de hongerigen, verzorg de zieken, herberg de vreemdelingen, bezoek de gevangenen, kleed de naakten, begraaf de doden”. Van Roozendaal stelt hiermee in zijn programma een essentiële kwestie aan de kaak: hebben we in onze tijd en onze samenleving nog mededogen voor elkaar? Dit thema keert steeds op lichtvoetige wijze terug in zijn liederen. Zo maakt hij in een nummer de vergelijking tussen het idealistische van vroeger en het individualistische van nu, om vervolgens erin te berusten: “En nu haal ik mijn schouders op, ik zing mijn tijd wel uit.” Het zet je als publiek even aan het denken, net als bij de terugkerende vraag tussen de liederen door: “Heb ik jullie vanavond al verteld hoeveel ik van jullie hou?”
(8weekly)

Aan christelijke en bijbelse thematiek ontbrak het niet. “In den beginne was het woord” in Meneer van Dalen wacht op antwoord, de zeven werken van barmhartigheid, de kritische benadering van de huidige tijd, waardering voor wat goed was vroeger, zich verstaan met ouder wordende en stervende ouders: Maarten wordt ouder. Zijn doorleefde stem leent zich voor dit bezonnen en soms droevig repertoire. Het was een voorstelling die tot nadenken stemde. Het Beauforthuis was vroeger een kerkje. Nu kon je tegen betaling deelnemen aan een dienst waarin, temidden van enige rauwe zotheid, de waardigheid van het menselijk bestaan en de eindigheid ervan bezongen werden. Wat mij betreft ontwikkelt hij zic verder in deze richting. Ik was zeer onder de indruk van de jazzy solo van de contrabassist Egon Kracht. Gitaarliefhebbers zeiden hetzelfde over de gitaarsolo van Marcel de Groot. Een werkelijk goede avond!


About this entry