Verveling

U hebt ze ongetwijfeld gezien, de gestrande reizigers in de vertrekhallen van verschillende luchthavens, wachtend op het moment dat hun vliegtuig de lucht in mocht. Wat zullen ze zich verveeld hebben. Want op een gegeven moment heb je het wel gezien, zo inspirerend is een luchthaven niet. Verveling, onaangenaam, toch? Ik heb me strierlijk verveeld op de luchthaven van Pisa. En onlangs in de vertrekruimte in station Brussel- Midi, wachtend op de Eurostar naar Londen.

Het lukt me tegenwoordig weer iets beter, me vervelen. Mijn recept gaat als volgt: zolang niets doen of iets doen waar geen concentratie voor vereist is dat de aanzwellende stroom van gedachten en associaties weer afneemt en een leegte achterlaat. En in de leegte gebeurt het. Ik weet niet hoe het bij u is, maar ik ken plaatsen waar het me beter lukt me te vervelen dan elders. Het lukt me heel aardig als ik in Utrecht van de Maliebaan naar het Lepelenburg loop. En wat dacht u van de kloosterommegang op de Mariaplaats? Toegegeven, het is er vaak te druk om je te vervelen, maar bij minder weer valt dat mee. Het lukt me ook goed tegen de zuidelijke muur van het oude kerkje in Oosterbeek, wel liefst in het zonnetje. Indertijd ging het uitstekend in de Dieptetuin in Zeist. Iets verder weg mag ik me bijzonder graag vervelen op Alpe Grüm, vlak boven Valle di Posciavo in Graubünden, Zwitserland. En ik heb me al een aantal keren uitstekend verveeld in La Fouly, Wallis, ook Zwitserland. Beste lezer, ik nodig u van harte uit om uw lievelingsvervelingsplekken met mij te delen.

Alpe Grüm

Het Duits heeft een prachtig woord voor zich vervelen: sich langweilen. Dat drukt voor mij treffend uit wat er nodig is om de geest tot rust te laten komen en voldoende ruimte te creëren waarin creativiteit zich kan ontwikkelen. Ik geef toe: verveling als middel, als toegang tot creativiteit is niet de verveling in haar puurste vorm. Want dan moet ik eigenlijk niet weten wat te doen. Nu niet en straks niet. En dat komt helaas weinig voor. Er is altijd wel wat te doen. Ik heb daar eens stevig over nagedacht. Natuurlijk, er is altijd wat te doen. Maar niet alles is ‘nuttig’, dat wil zeggen, dient een door mij gewenst doel. Het lukt mij nauwelijks om volstrekt nutteloze dingen te doen. Als ik dan toch wat doe, doe ik liefst iets waar ik wat aan heb. Ik weet niet precies waar dat vandaan komt. Ik zie mijn jongste zoon naar hartenlust urenlang achter de computer een spel spelen waarvan hij me het nut niet kan of wil aantonen. Mij lukt dat niet. En dat intrigeert me. De katholieke catechismus antwoordt op de vraag ‘Waartoe zijt gij op aarde?’: ‘Om God te dienen.’ Eerlijk gezegd vind ik het geen aantrekkelijk antwoord. De Westminster catechismus zegt: ‘Man’s chief end is to glorify God, and to enjoy him for ever.’ Dat klinkt al beter. Ik vermoed sterke samenhang tussen mijn moeite om iets volstrekt nutteloos te doen, en ook mijn moeite om me te vervelen -want al gaat het beter, het stelt nog weinig voor- en het feit dat ik me voortdurend oriënteer. Want een gedesoriënteerd leven leiden, dat lukt me echt niet.

Joke Hermsen breekt in haar boek ‘Stil de tijd’ een lans voor een langzame toekomst. Uiteraard ontkomt ook zij niet aan verveling. Naast het onaantrekkelijke van verveling noemt zij ook de vruchten ervan: je raakt de kern van de tijd. De tijd is een mysterie. We zijn in staat de tijd te meten. Einstein ontdekte verband tussen tijd, energie en materie. Science-fiction-schrijvers gingen er mee aan de haal en lieten ons reizen door de tijd. Al veel eerder zocht men naarstig naar de fontein van de eeuwige jeugd waarmee de tijd om de tuin zou worden geleid. De mens doet er alles aan om de tijd te beheersen. Veel verder dan het meten en benutten van de beschikbare tijd komt hij echter niet. Vooral sinds de mens zich los heeft gemaakt van de natuur, van de seizoenen, is hij ‘tijdloos’. Opmerkelijk is dat het niet heeft geleid tot meer tijd. Eerder leidde het tot versnelling waardoor we minder tijd tot onze beschikking hebben. De mens heeft zijn beperkingen en het lukt hem niet om de huidige tijd bij te benen. Neurologen hebben al aangetoond dat het tot hersenbeschadiging leidt door de oplopende stress die de versnelling veroorzaakt.

Benedictus

Tijdens mijn verblijf in de abdij Sint Benedictusberg te Vaals ontmoette ik mannen die wisten van tijd. Een tijd om te beginnen en een tijd om op te houden. Hun hele leven van de vroege ochtend -om half vijf werden we uit ons bed gebeierd voor de Metten- tot de avond -de Completen waren om 20.30 uur en om 22.00 uur heerste er complete stilte- was gecomponeerd rond vaste gebedstijden, dag in dag uit, week in week uit, maand in maand uit, jaar in jaar uit, zonder uitzonderingen. Het was hen vergund een half uur per dag te spreken. Verder brachten ze hun tijd in stilte door. Dit strengste klooster in Nederland is een vakantieoord vergeleken bij het Karthuizer klooster in Le Grande Chartreuse. Hier heerst absolute stilte, deze mannen wijden zich uitsluitend aan gebed. Daaraan besteden ze al hun tijd. Hun bestaan kenmerkt zich door monotonie, door cycli van bidden en werken. Vanwaar die aandacht voor monniken? Voor mij zijn het mannen (en vrouwen) die zich realiseren dat de tijd onverbiddelijk is. Ieder krijgt zijn deel. Het gaat er maar om wat je er mee doet. Waarom zijn monniken -in mijn optiek- ware meesters in de tijd? In de eerste plaats hebben ze hun leven drastisch ingeperkt. Ze houden zich met een aantal zaken bezig en met heel veel andere niet. Een kwestie van prioriteit dus. In de tweede plaats leven ze samen in een hechte gemeenschap waarbij ze zich onderwerpen aan de regels van die gemeenschap. In dit geval is het de leefregel van Benedictus. In de derde plaats zien zij hun bezigheden niet als doel op zich, maar als middel om een ander doel te bereiken. Dat laatste lijkt een open deur. Maar volgens mij is het dat niet. Een goede vriend van mij vertrouwde me dat laatst toe. Hij wist eigenlijk niet goed raad met zijn leven. Na een moeilijke periode ging het weer goed met hem. Maar het kostte hem moeite om uit de overlevingsmodus los te komen. We konden samen niet anders dan constateren dat een ambitieus doel daar behulpzaam bij zou kunnen zijn. Maar hij kan het niet ontdekken, niet formuleren. Hij was niet ontevreden en niet ongelukkig. Maar vervuld evenmin. Als ik hem weer spreek stel ik hem voor zich te gaan vervelen. Wellicht leidt het tot vervulling.


About this entry