Kandinsky en Der Blaue Reiter

In het Gemeentemuseum in Den Haag is op dit moment de tentoonstelling Kandinsky en Der Blaue Reiter te bezichtigen. Er hangt een keur aan werken, de meeste van de hand van van Wassily Kandinski. Daarnaast werk van zijn vriendin Gabriele Münter, Alexej von Jawlensky, August Macke, Marianne von Werefkin, Heinrich Campendonck en niet te vergeten Franz Marc en Paul Klee. De beweging Der Blaue Reiter heeft maar twee jaar bestaan. In die twee jaar was de invloed op de wereld van de schilderkunst enorm. Ik denk dat hier opgaat dat de juiste mensen op de juiste plaats en het juiste moment bij elkaar kwamen en de moed hadden om gezamenlijk iets te bewerkstelligen. Het begin van de 20e eeuw was een tijd vol van verwachting en van dromen. Er was een onbegrensd vertrouwen in de techniek. Geert Mak schrijft erover in In Europa: men verwachtte een betere mensheid met deugden als rechtvaardigheid, menselijke mildheid, zachtmoedigheid en solidariteit. Er ontrolde zich een machtig perspectief. In die atmosfeer vond de abrupte verandering in de schilderkunst plaats. En Kandisnky was de initiator.
Nog steeds zijn de werken uit die tijd krachtig en welsprekend. Wel kost het me moeite om het baanbrekende ervan te schatten. Foto’s uit die tijd, andere uitingen van cultuur, politieke en maatschappelijke meningen helpen wel om dat te peilen.
Opmerkelijk is dat tegelijkertijd in Frankrijk een schilderes als Seraphine wordt ontdekt. Volledig onafhankelijk van elkaar blijken kunstenaars te kunnen breken met de heersende codes.
De tentoonstelling beperkt zich tot Der Blaue Reiter. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekent het einde van de beweging. Der Blaue Reiter was zeker niet de enige beweging: in Dresden ontstond Die Brücke, in Berlijn werd het blad Der Sturm uitgegeven. Juist de gelijktijdigheid duidt op een breed ervaren verandering. Alle initiatieven stuitten op weerstand van het establishment. De veranderingen waren echter niet te stoppen.

Een vraag die bij me opkwam terwijl in het Gemeentemuseum mij duidelijk werd gemaakt hoe belangrijk en baanbrekend de opkomst van het Expressionisme was, is de volgende: Was deze beweging niet in staat geweest om het onheil te keren? In 1914 wordt de hel ontketend als de Eerste Wereldoorlog uitbarst. Natuurlijk, de ernst van de situatie werd onderschat (met Kerst zijn we weer thuis!). Europa heeft niets geleerd van deze oorlog. Duitsland wordt ontoelaatbaar vernederd, de Depressie volgt en de Tweede Wereldoorlog breekt uit. Van het aanvankelijk optimisme is niets meer over.
August Macke sterft in september 1914 tijdens een patrouille nabij Perthes-lès-Hurlus (Champagne). Zijn vriend Franz Marc schrijft over hem: “In de oorlog zijn wij allen gelijk. Maar onder duizend dapperen treft de kogel een onvervangbare. Met zijn dood wordt de cultuur van het land een hand afgehouwen, een oog uitgerukt”…”Wij schilders weten heel goed, dat met het wegvallen van zijn harmonieën de kleur in de Duitse kunst vele tinten bleker zal worden, een doffere, drogere klank. Hij heeft voor ons allen de kleur haar helderste en schoonste klank gegeven, klaar en helder als zijn hele leven was”.
Franz Marc zelf, na in 1914 vrijwillig in dienst te zijn gegaan, sneuvelt in Braquis op 4 maart 1916.
Ernst Ludwig Kirchner, een van de initiatiefnemers van die Brücke (Dresden) overleeft de oorlog, maar is daarna geestelijk een wrak.
Ludwig Meidner, die publiceerde in Der Sturm, schildert ons de loopgravenoorlog indringender dan duizenden foto’s kunnen weergeven. Daar ging het optimisme te gronde.
Veel van het werk van de expressionisten wordt door de Nazi’s als Entarte Kunst bestempeld.
Wellicht zegt de vraag iets over mijn visie op de rol van kunst. Heimelijk koesterde ik de hoop dat kunst iets (goeds) losmaakt in mensen, dat het hen in staat stelt om de destructieve machten en neigingen het hoofd te bieden, het tij te keren. De geschiedenis leert me dat dat in het geval van het Expressionisme niet het geval is geweest.


About this entry