Séraphine Louis

De film Séraphine is een biografie over de Franse schilderes Séraphine Louis, ook wel Séraphine van Senlis genoemd. Ze was een eenvoudige vrouw die in haar levensonderhoud voorzag door simpel en zwaar huishoudelijk werk. Ze leefde van 1864 tot 1942. Ze werd vroeg wees, was eerst herderin, later werkzaam in het klooster van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid in Clermont. Vanaf 1901 werkte ze in de huizen van welgestelde families in Senlis. ’s Nachts schilderde ze, omdat haar dat was opgedragen door haar engelbewaarder. Ze werd ontdekt door Wilhelm Uhde, een Duitser die kunst verzamelde en verhandelde en ook kritieken schreef.
In 1932 werd Séraphine opgenomen in een psychiatrsiche kliniek vanwege een “chronische psychose”. In 1942 stierf ze in alle eenzaamheid.
In de film, door Martin Provost geproduceerd, speelt Yolande Moreau Séraphine.
Het is een stille en kleine film, zo klein en stil als het leven van Séraphine zelf. De cameravoering is uiterst sober. Scenes worden zelden helemaal uitgespeeld, zodat de kijker voldoende te fantaseren heeft. Veel wordt gesuggereerd, weinig echt duidelijk gemaakt. De regisseur vertolkt op die manier uitstekend de gemankeerde communicatie die Séraphine voert. Vaak is ze alleen en als ze al met mensen communiceert gebeurt dat op een uiterst basaal niveau, ook als ze tot enige rijkdom komt. Er is een blijvende kloof tussen Séraphine en de anderen.
Haar leven verloopt moeizaam. Dat wordt goed verbeeld door de moeizame gang die ze heeft. Haar lijf en handen zijn getekend door het zware werk. Moreau liep tijdens de opnamen op met ijzer verzwaarde schoenen om de zware tred te vertolken.
Voor de gegoede burgerij is Séraphine een tweevoeter, een werkpaard. Ze wordt geacht bevelen op te volgen, te werken en te zwijgen. Dat zij zou schilderen is onbestaanbaar en ontoelaatbaar. Haar leverancier van schildersbenodigdheden is geen dief van zijn portemonnee: hij verkoopt haar wel, maar vraagt nooit naar resultaat.
Wilhelm Uhde brengt verandering. Séraphine praat wel met hem, zij het moeizaam. Ze wantrouwt zijn oordeel lange tijd. Zou hij haar niet belachelijk maken?
De eerste Wereldoorlog verhindert dat Séraphine dan al doorbreekt. Uhde is als Duitser zijn leven niet zeker in Frankrijk en laat alles achter, ook haar werk. Als hij terugkeert en als bij toeval haar weer op het spoor komt blijkt zij zich artistiek verder ontwikkeld te hebben. Ook nu wordt haar doorbraak geblokkeerd: de grote Depressie laat de kunstwereld instorten. Uhde stelde Séraphine aanvankelijk in staat om zich geheel te wijden aan haar schilderkunst door haar een maandelijkse toelage te verschaffen. Ze kan de weelde niet aan en spendeert veel meer dan ze ontvangt. De psychose verergert en ze wordt opgenomen in een psychiarische kliniek waar ze slecht wordt behandeld.
Hoewel ‘simpel’ gefilmd en verteld, heeft de film een diepe indruk op me gemaakt. Een hard leven van een vrouw die voortdurend wordt gemarginaliseerd, ook toen ze nog volop haar werk deed. De twee interrupties hebben haar een carrière ontnomen. Achteraf vroeg ik me al kijkend af of ze die wel had aangekund. Uhde lijkt zich te vergissen: hij ontdekt haar artistieke genialiteit en miskent haar eenvoud van geest. Daardoor is hij mede oorzaak van haar ‘val’. Uhde is een vreemdeling in tal van opzichten: Duitser in Frankrijk, homosexueel in een tijd dat dat taboe was, Jood en daarom toen al niet geliefd en daarnaast liefhebber van kunst die toen nog controversieel was. Had deze ‘vreemdeling’ niet beter moeten en kunnen weten? Is er eigenlijk verband tussen de welstand die Uhde Séraphine bracht en haar psychose?
Als coach zie ik soms onopgemerkte gaven en talenten in mensen, die, eenmaal ontdekt en losgemaakt, niet altijd tot een geweldig resultaat leiden. Integendeel: de gevolgen van zo’n ontdekking zijn soms desastreus. Meestal blijft het beperkt tot een ‘schram’: de kandidaat is overtuigd van zijn of haar talent, de miskenning en afwijzing komen des te harder aan. Ik heb als coach de ander zo ver dat hij of zij de nek uitsteekt en die wordt er vervlogens vakkundig en hardhandig afgehakt.
Was Séraphine beter af geweest als ze in het duister van haar kamertje door had gemodderd? Was haar talent dan überhaupt tot ontwikkeling gekomen? En indien niet, was dat erg geweest? Voor wie? Ik voel me ongemakelijk in de rol van Wilhelm Uhde. Maar het is wel de rol die ik speel…

Advertisements

About this entry