Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain

Carrousel in Parijs

Jean-Pierre Jeunet is een tovenaar, een genie. Met de film ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’ heeft hij een ongeëvenaard kunstwerk vervaardigd. De sprookjesachtige zoetheid van het verhaal is ergerlijk, maar functioneel. Het sust je in slaap. Maar vanuit je onderbewustzijn kom je er achter waar het in de film om gaat.

De film volgt het leven van een jonge vrouw die werkt als serveerster in een café (Les Deux Moulins) in de Parijse wijk Montmatre. Aan haar jeugd wordt in de film aandacht besteed omdat het van belang is om haar gedrag te begrijpen. Amélie is toeschouwer van het leven van anderen. Ze is er niet gelukkig mee en besluit het door een opmerkelijk toeval te veranderen. Dat lukt haar wonderwel: ze is heel inventief. Haar buurman, de schilder Raymond Dufayel, heeft echter in de gaten dat ze door zich indringend met de levens van anderen te bemoeien zichzelf buiten schot houdt. Raymond fungeert als een soort deus ex machina. Hij leeft in afzondering maar weet toch alles en beschikt over een aanstekelijke levenswijsheid. Uiteindelijk geeft hij Amélie het beslissende zetje waardoor ze zichzelf overwint en haar eenzaamheid doorbreekt. Het duurt wel even voor ze voor zichzelf erkent dat er in haar leven iets ontbreekt. Het kost haar moeite om haar rol als toeschouwer en regisseuze los te laten. Ze heeft zich daar vanaf haar prille jeugd in verborgen om de pijn van eenzaamheid draaglijk te maken. Ik ben er niet achter wie of wat haar nu echt in beweging zet. Raymond Dufayel is het niet, dat zou teveel voor de hand liggen. Nino Quincampoix, de pasfotoverzamelaar, weet haar wel te raken. Het kloppend hart tijdens een vluchtige confrontatie verwijst daarnaar. De reden van hun ontmoeting acht ik eerder een factor van belang: de monteur van de fotocabines. Zonder dat deze man het zich bewust is ontketent hij een stortvloed aan fantasieën, die zo overduidelijk onhoudbaar zijn, ook voor de personages zelf, dat er wel meer aan de hand moet zijn.

Ontroerend is de alledaagsheid van de gebeurtenissen, de kleinheid van het bestaan. Het verbaast me aangenaam dat de bewoners van de wijk en de cafegangers vrijwel niet van hun plek komen en hoegenaamd niets uitvoeren. Het geeft het decor een zekere loomheid waar de kleine drukte van Amélie mooi tegen afsteekt.

De personages in de film zijn stuk voor stuk opmerkelijke persoonlijkheden. Ze vallen grofweg in twee categorieën uiteen. Er zijn mensen die wat mankeren: Lucien, de knecht van de groenteboer mist een arm, maar is een beminnelijk, zachtaardig en behulpzaam iemand. Suzanne, de eigenares van Les Deux Moulins, hinkt met haar been, maar is capabel. Raymond heeft uiterst breekbare botten, maar beïnvloedt de mensen om zich heen op een positieve wijze. Terwijl de mensen die recht van lijf en leden zijn vaak een tik hebben. Colignon de groenteboer is een kwaadaardige stakker, Madelaine, de concierge zwelgt in haar verdriet om haar frauderende en bedriegende ex-man, Raphael Poulain, Amélies vader is een kille en afstandelijke man.

Kijkopdrachten

-Verplaats je in het personage van Amélie. Op welke momenten herken jij je in haar? Noem die momenten en duidt de emoties aan.

-doe dat zelfde ook eens voor een paar andere personages.

-Waar zou jij andere keuzes maken dan Amélie? Geef de momenten aan en beschrijf jouw keuzes.

-Welk personage is jouw favoriet? Waarom?

-Wie mag je het minst? Waarom?

-Als je in één zin de ‘moraal’ van de film zou moeten samenvatten, hoe zou die zin luiden?

-Is Amélie in staat ook jouw leven te beïnvloeden? Waar? Hoe?


About this entry