Beethoven

Beethoven

Ik zet de muziek aan vanaf de vroege Middeleeuwen tot aan de Barok. Dan gaat de muziek uit om pas weer aan te gaan in de twintigste eeuw, Kandinsky, Britten, Glass, Feldman, dat soort muziek. Er slipt wel eens wat door, maar doorgaans is er een radiostilte voor de periode tussen Barok en ‘moderne’ klassieke muziek. Natuurlijk moet ik een uitzondering maken (en wel meer dan een) voor onder andere Mozart. En voor Beethoven. Beethoven is zo anders, zo onvergelijkbaar met welke componist dan ook, daar is geen ontkomen aan. Vanaf de allereerste toon van een uitgevoerd werk voel ik me in mijn nek gegrepen en als door een hand met de neus op de noten gedrukt. Bij Beethoven hangt alles met alles samen. Deze man heeft niet lineair gecomponeerd. Het is voor mij althans heel moeilijk om een fragment uit een van zijn stukken te isoleren en dat afzonderlijk te laten klinken. Iedereen kent natuurlijk de eerste noten uit de Vijfde. maar wat hoor je nu helemaal? Los van het geheel hoor je niets. Maar in samenhang met het geheel hoor je alles! Muziek kan alleen maar klinken in de tijd. Muziek bestaat bij de gratie van de tijd en is onbestaanbaar zonder tijd. Als je als componist dan in staat bent om de tijd om de tuin te leiden en in het voren en weer terug te horen terwijl de noten al niet meer klinken of nog niet gespeeld zijn… Dan heb je een wonder verricht. Voor mij beheerste Beethoven dit wonder. Hij is doof geworden, later. Iemand heeft geopperd dat dat niet inhield dat hij steeds minder en uiteindelijk niets mee hoorde, nee, het hield in dat hij alles tegelijk hoorde. Dat wat hij componeerde werd in zijn oren werkelijkheid. De geopperde gedachte is aannemelijk en tegelijk afschuwelijk. Stel dat het inderdaad zo is gegaan. Dan is Beethoven slachtoffer geworden van zijn muzikale genialiteit.


About this entry